Behoud van impuls
Impuls geeft aan hoe moeilijk het is iets bewegends te stoppen — hij hangt af van zowel massa als snelheid. Als objecten in een gesloten systeem botsen of zich van elkaar afzetten, kan impuls van het ene object op het andere overgaan, maar de totale hoeveelheid verandert nooit. Daarom kan een snelle, zware bal een lichte bal in rust laten wegvliegen, terwijl hij zelf nauwelijks vertraagt.
p = m · v
- p — impuls (kg·m/s): hoeveel beweging een object met zich meedraagt
- m — massa (kg): hoeveel materie het voorwerp heeft
- v — snelheid (m/s): hoe snel het object beweegt, en in welke richting
Een karretje van 3 kg dat met 4 meter per seconde rijdt, botst op een stilstaand karretje van 1 kg en ze blijven aan elkaar plakken. Hoe snel bewegen ze na de botsing?
- m₁ = 3 kg
- v₁ = 4 m/s
- m₂ = 1 kg
- m₁ · v₁ + m₂ · v₂ = (m₁ + m₂) · v
- 3 kg · 4 m/s + 1 kg · 0 m/s = (3 kg + 1 kg) · v
v = 3 m/s