De wet van Coulomb

Twee geladen objecten duwen of trekken elkaar met een elektrische kracht. Die kracht groeit als een van beide ladingen groter wordt, maar hij verzwakt heel snel als de ladingen uit elkaar gaan — het verdubbelen van de afstand tussen hen reduceert de kracht tot slechts een kwart.

F = k · q₁ · q₂ / r²

  • F — kracht (N): de elektrische duw of trek tussen de twee ladingen
  • k — de constante van Coulomb (N·m²/C²): een vast getal, ongeveer negen maal tien tot de negende, dat de sterkte van de elektrische kracht vastlegt
  • q₁ — eerste lading (C): de hoeveelheid elektrische lading op het eerste object
  • q₂ — tweede lading (C): de hoeveelheid elektrische lading op het tweede object
  • r — afstand (m): de afstand tussen de middelpunten van de twee ladingen

Twee kleine ladingen, q₁ = 2 μC en q₂ = 1 μC, staan 0,1 meter uit elkaar. Welke elektrische kracht oefenen ze op elkaar uit?

  • q₁ = 2 μC
  • q₂ = 1 μC
  • r = 0.1 m
  1. F = k · q₁ · q₂ / r²
  2. F = (9×10⁹ · 2×10⁻⁶ · 1×10⁻⁶) / (0.1)²

F = 1.8 N

Probeer de interactieve simulatie