Compton-verstrooiing: een vergelijking bij kleine hoek
1 · Voorspel
Bij kleine verstrooiingshoeken verandert een foton nauwelijks van richting. Wordt ook zijn golflengteverschuiving verwaarloosbaar klein naarmate de hoek naar nul gaat?
- Ja — als θ → 0°, gaat (1 − cos θ) → 0, dus de golflengteverschuiving verdwijnt voor een foton dat nauwelijks verstrooit.
- De verschuiving blijft ongeveer constant, ook bij kleine hoeken.
- De verschuiving wordt juist groter bij kleine hoeken.
2 · Opstelling
- Open de voorinstelling compton-45 en druk op Herstel. De invallende röntgengolflengte is 0.08 nm; de verstrooiingshoek staat vast op 45°.
- Zet de aflezing van de golflengteverschuiving aan.
- Stel voor elke meting de verstrooiingshoek in (kleine hoeken) en noteer de golflengteverschuiving.
3 · Verzamel gegevens
| Verstrooiingshoek θ (°) | Golflengteverschuiving Δλ (pm) |
|---|---|
| 15.00 | |
| 30.00 | |
| 45.00 |
Zet voor je drie metingen Δλ (y-as) uit tegen de verstrooiingshoek θ (x-as).
4 · Analyseer
- Reken voor één meting Δλ = (h/(m_ec))(1 − cos θ) uit. Vergelijk met de tabel. Controleer dat de verschuiving krimpt naarmate θ afneemt.
- Leg uit waarom een vrijwel onafgebogen foton (kleine θ) zeer weinig impuls op het elektron overdraagt en dus zeer weinig energie verliest — vandaar de piepkleine golflengteverschuiving.
5 · Verdiep
- Anders dan de invallende golflengte van dit experiment (0.08 nm, anders dan de 0.05 nm van compton-90) zou de golflengteverschuiving Δλ bij elke gegeven hoek in de twee experimenten identiek zijn. Leg uit waarom de Compton-formule de verschuiving onafhankelijk maakt van de golflengte van het inkomende foton.
- Bij zeer kleine hoeken wordt Δλ experimenteel moeilijk meetbaar tegen de (veel grotere) invallende golflengte. Leg uit waarom Compton-verstrooiingsexperimenten doorgaans kortgolvige röntgenstraling gebruiken in plaats van zichtbaar licht, waar een al piepkleine verschuiving van picometer-orde nog minder zou opvallen.
De natuurkunde achter dit experiment
Compton-verschuiving bij kleine hoeken
Als θ → 0°, gaat (1 − cos θ) → 0, dus Δλ → 0: een foton dat nauwelijks van richting verandert verliest nauwelijks energie, in overeenstemming met impulsbehoud bij een vrijwel onverstoord verlopende botsing.
Moderne natuurkunde
- Het foto-elektrisch effect: een scherpe energiedrempel
- Het foto-elektrisch effect: stopspanning
- Een echte fotocel: de uittreearbeid van natrium
- Compton-verstrooiing: golflengteverschuiving bij 90°
- Compton-verstrooiing: maximale verschuiving bij terugverstrooiing
- De Balmer-serie: zichtbare waterstofspectraallijnen
- De Lyman-serie: ultraviolette waterstoflijnen
- De Paschen-serie: infrarode waterstoflijnen
- Radioactief verval: koolstof-14-datering
- Medische radio-isotopen: de korte halveringstijd van technetium-99m
- Kernbindingsenergie: het druppelmodel
- De Broglie-materiegolven: de golflengte van een elektron