Kernbindingsenergie: het druppelmodel
1 · Voorspel
De semi-empirische massatformule (druppelmodel) schat de totale bindingsenergie van een kern uit zijn aantal protonen Z en massagetal A. Als Z vast op 26 (ijzer) blijft en alleen A verandert, voorspelt het model dan een gestaag toenemende bindingsenergie bij elke toegevoegde nucleon?
- Ja — meer nucleons betekent altijd meer totale bindingsenergie.
- Nee — de bindingsenergie hangt af van een evenwicht tussen concurrerende termen (volume, oppervlakte, coulomb, asymmetrie) die anders verschuiven naarmate A groeit, dus hij neemt niet simpel toe bij elke toegevoegde nucleon.
- De bindingsenergie neemt altijd af naarmate A toeneemt.
2 · Opstelling
- Open de voorinstelling iron-binding en druk op Herstel. Deze voorinstelling modelleert ijzer met Z = 26 protonen.
- Zet de aflezing van de bindingsenergie aan.
- Stel voor elke meting het massagetal A in (met Z vast op 26) en noteer de totale bindingsenergie.
3 · Verzamel gegevens
| Massagetal A | Totale bindingsenergie E_B (MeV) |
|---|---|
| 56 | |
| 80 | |
| 110 |
Zet voor je drie metingen de bindingsenergie E_B (y-as) uit tegen het massagetal A (x-as).
4 · Analyseer
- Reken voor één meting E_B = a_vA − a_sA^(2/3) − a_cZ(Z−1)/A^(1/3) − a_a(A−2Z)²/A uit met a_v = 15.75, a_s = 17.8, a_c = 0.711, a_a = 23.7 (MeV), Z = 26. Vergelijk met de tabel.
- Je drie metingen stijgen eerst en dalen daarna — E_B klimt van A = 56 naar A = 80 en zakt tegen A = 110 weer. Leg uit hoe de volumeterm +a_vA, die meegroeit met elke toegevoegde nucleon, uiteindelijk wordt ingehaald door de oppervlakte- en asymmetrietermen, en waarom −a_a(A−2Z)²/A een kern straft waarbij het aantal neutronen ver vooruitloopt op het aantal protonen.
5 · Verdiep
- Ditzelfde druppelmodel verklaart waarom zeer zware kernen (groot A) energie vrijmaken via kernsplijting (splitsing), terwijl zeer lichte kernen energie vrijmaken via fusie (samenvoeging) — beide processen bewegen kernen naar het gebied rond het maximum aan bindingsenergie per nucleon, nabij ijzer. Leg uit waarom ijzer vlak bij dit maximum ligt.
- Dit is een vereenvoudigde versie van de semi-empirische massatformule (de parenterm voor even/oneven aantallen nucleons is weggelaten), dus haar voorspellingen zullen niet exact overeenkomen met een echte kernmassatabel. Waarom zouden natuurkundigen een vereenvoudigd model als dit toch nuttig vinden voor onderwijs, ook wetende dat het niet perfect nauwkeurig is?
De natuurkunde achter dit experiment
Semi-empirische massaformule (druppelmodel)
De bindingsenergie van een kern wordt gemodelleerd als een wedstrijd tussen een volumeterm (die meer nucleons beloont), een oppervlakterm (die nucleons aan het 'oppervlak' van de kerndruppel afstraft), een coulombterm (die de afstoting tussen protonen afstraft) en een asymmetrieterm (die ongelijke aantallen protonen/neutronen afstraft).
Moderne natuurkunde
- Het foto-elektrisch effect: een scherpe energiedrempel
- Het foto-elektrisch effect: stopspanning
- Een echte fotocel: de uittreearbeid van natrium
- Compton-verstrooiing: golflengteverschuiving bij 90°
- Compton-verstrooiing: maximale verschuiving bij terugverstrooiing
- Compton-verstrooiing: een vergelijking bij kleine hoek
- De Balmer-serie: zichtbare waterstofspectraallijnen
- De Lyman-serie: ultraviolette waterstoflijnen
- De Paschen-serie: infrarode waterstoflijnen
- Radioactief verval: koolstof-14-datering
- Medische radio-isotopen: de korte halveringstijd van technetium-99m
- De Broglie-materiegolven: de golflengte van een elektron