De dunnelensformule

Een lens buigt lichtstralen zodat ze elkaar weer in een punt ontmoeten en een beeld vormen. Waar dat beeld ontstaat, hangt af van hoe ver het voorwerp van de lens staat en hoe sterk de lens licht buigt — een eigenschap die zijn brandpuntsafstand heet. De lensformule verbindt deze drie afstanden met elkaar, zodat je er twee kunt weten en de derde kunt vinden.

1/f = 1/dₒ + 1/dᵢ

  • f — brandpuntsafstand (m): hoe sterk de lens licht buigt — waar parallelle stralen samenkomen
  • dₒ — voorwerpsafstand (m): hoe ver het voorwerp van de lens staat
  • dᵢ — beeldafstand (m): hoe ver het beeld van de lens wordt gevormd

Een convergerende lens heeft een brandpuntsafstand van 10 cm. Een voorwerp wordt 30 cm ervoor geplaatst. Op welke afstand van de lens ontstaat het beeld?

  • f = 10 cm
  • dₒ = 30 cm
  1. 1/dᵢ = 1/f − 1/dₒ
  2. 1/dᵢ = 1/10 cm − 1/30 cm = 1/15 cm

dᵢ = 15 cm

Probeer de interactieve simulatie