Derde wet van Kepler: omlooptijd versus straal
1 · Voorspel
Een satelliet cirkelt in een stabiele cirkelbaan rond een centrale massa. Als je hem naar een grotere baanstraal verplaatst, hoe verandert dan de tijd voor één volledige omwenteling?
- Een grotere baan duurt langer per omwenteling.
- De periode blijft bij elke straal gelijk.
- Een grotere baan duurt korter per omwenteling.
2 · Opstelling
- Open de voorinstelling grav-kepler-law. Een satelliet draait rond de centrale massa; de baantimer en periodesonde zitten er al aan.
- Stel de baanstraal r van de satelliet in en lanceer hem daarna zijwaarts met de cirkelbaansnelheid die op de formulekaart v = √(GM/r) staat, zodat de baan cirkelvormig blijft.
- Laat de satelliet minstens één volledige ronde voltooien en lees de omlooptijd T af op de timer zodra de baan stabiel is.
3 · Verzamel gegevens
| Baansstraal r (m) | Omloopsnelheid v (m/s) | Gemeten periode T (s) |
|---|---|---|
| 2.50 | ||
| 3.50 | ||
| 4.50 |
Zet voor je drie banen T² (verticale as) uit tegen r³ (horizontale as). Teken de best passende rechte lijn door de oorsprong en bepaal de richtingscoëfficiënt.
4 · Analyseer
- Reken voor elke rij T²/r³ uit. Zijn de drie waarden ongeveer gelijk? Vergelijk hun gemiddelde met 4π²/GM met GM = 40 (dus 4π²/GM ≈ 0.99 s²/m³).
- Je T²-tegen-r³-lijn zou door de oorsprong moeten gaan. Leg uit waarom die rechte lijn door de oorsprong precies is wat T² = (4π²/GM)·r³ voorspelt en wat de richtingscoëfficiënt voorstelt.
5 · Verdiep
- Echte planeten volgen dezelfde wet: Mercurius (kleine baan) racet in 88 dagen rond de zon, terwijl Neptunus (grote baan) er 165 jaar over doet. Gebruik T²/r³ = constant om dit enorme verschil te verklaren.
- Keplers constante is hier 4π²/GM en hangt dus af van de centrale massa, niet van de satelliet. Voorspel wat er met de periode van elke baan gebeurt als GM van het centrale lichaam verdubbelt.
De natuurkunde achter dit experiment
Derde wet van Kepler
Bij elke baan rond een gegeven centrale massa is de periode in het kwadraat evenredig met de gemiddelde straal in de derde macht: T²/r³ = 4π²/GM. Die verhouding is voor elke baan gelijk, dus één baan timen op een bekende straal onthult GM.
Baansnelheid in cirkel
Een lichaam in een cirkelbaan met straal r moet bewegen met v = √(GM/r): de snelheid waarbij de zwaartekracht precies de benodigde middelpuntzoekende kracht levert. Lanceer je met deze snelheid, dan blijft de baan cirkelvormig in plaats van elliptisch.
Mechanica
- Projectielbeweging en kinetische energie
- Bal op een helling: energie op een wrijvingsloos schuin vlak
- Blok op een wrijvingshelling: de drempel van statische wrijving opzoeken
- Eindsnelheid: vallen door luchtweerstand
- Krachtenlab: de tweede wet van Newton
- Tegenwerkende krachten: de tweede wet van Newton & impuls
- Stuiterende bal: energieverlies bij de bots
- Elastische botsingen & impulsbehoud
- Onelastische botsing & impulsbehoud
- Newtons wieg: overdracht van impuls en energie
- Eenvoudige slinger
- Massa aan een veer: harmonische trilling